Inleiding
Gedurende de laatste tientallen jaren heeft de
aquariumliefhebberij een enorme vlucht genomen, goeddeels te
danken aan verbeterde inzichten en technieken en niet in de
laatste plaats door de verbetering van de transportmethoden,
waardoor het mogelijk werd dat de aquariaan de meest exotische
soorten binnen zijn bereik kreeg.
Het gehele assortiment aquariumvissen kan onderverdeeld worden in
een groot aantal groepen, die alle hun eigen bewonderaars kennen.
Een van de speciale terreinen van de aquariumliefhebberij is het
houden van Killi's, een tak van de liefhebberij, die tegenwoordig
steeds meer in de belangstelling komt te staan, niet in de
laatste plaats om de grote hoeveelheden kleur die deze soorten
tooien.
Daarnaast bezitten deze soorten ook een onwaarschijnlijk
aanpassingsvermogen aan de extreme omstandigheden in hun
vindgebied.
Killi's is de populaire benaming voor eileggende tandkarpers,
welke vooral onder de liefhebbers van deze soorten wordt
gebezigd.
De naam Killi is afgeleid van het Engels, of liever gezegd uit
het Amerikaans en is uiteindelijk als een overblijfsel van het
oud Nederlands te zien.
In de 16e en 17e eeuw vestigden vele Nederlandse kolonisten zich
in het gebied dat nu tot de oostkust van de Verenigde Staten
behoort.
Deze pioniers brachten in dit nieuwe vaderland natuurlijk hun
eigen taal mee, in dit geval dus het Oudnederlands.
Een oude Nederlandse benaming voor een rivier of watertje is kil,
nu bijvoorbeeld nog terug te vinden in onze Dordtse kil.
De ongetwijfeld voor een groot deel, voor hen nieuwe vissen, die
deze Kil's bevolkten werden gemakshalve maar aangeduid als
kilvissen.
Deze naam kilvissen bleef bestaan, ook nadat de Engelsen dit
gebied onder hun heerschappij namen en werd verengelst tot de
naam welke tegenwoordig meer gebruikt wordt, Killifishes, of
binnen het Nederlandse taalgebied Killivissen.

In de Verenigde Staten komen we deze naam tegenwoordig nog steeds
tegen bij een aantal tandkarpertjes van de oostkust, zoals de
Marsh Killifish (Fundulus confluentus), de Banded
Killifish (Fundulus diaphanus) en de Common Killifish (Fundulus
heteroclitus), om er enkele te noemen.
Ook is deze naam terug te vinden in de namen van de verschillende
organisaties over de hele wereld, waarvan de leden zich bezig
houden met de verzorging, kweek en studie van de eileggende tandkarpers.
De oudste van deze organisaties is ongetwijfeld de American
Killifish Association (A.K.A.), opgericht in de begin zestiger
jaren, gevolgd door de British Killifish Association (B.K.A.) en
de Deutsche Killifisch Gemeinschaft (D.K.G.).
Ook Nederland en België kennen hun Killiverenigingen zoals Killi Fish Nederland
(de K.F.N.), de Belgische Killifish Vereniging
(B.K.V.) voor de Nederlandstaligen en de Association des
Killiphiles Francophones de Belgique voor de Franstaligen.
Ondanks hun vele positieve kanten hebben Killi's bij vele
aquarianen echter nog steeds een slechte naam, waarvan de korte
levensduur wel de meest gehoorde is.
Het is kennelijk een onuitroeibaar begrip, als zouden Killi's en
seizoenvissen synoniemen zijn.
Inderdaad bevat de grote groep eileggende tandkarpers een
aantal, zogenaamde seizoenvissen of jaarvissen. Deze soorten
bezitten een geheel eigen aanpassing aan klimatologische
omstandigheden in bepaalde streken, waarvan een kort leven het
gevolg is. Maar deze groep is beslist niet groter dan zo'n 10%
van het gehele Killibestand.
Maar ook seizoenvissen hebben door hun zeer bijzondere manier van
voortplanten hun eigen charme en de korte levensduur hoeft
beslist geen beletsel te zijn, ook deze soorten eens te houden.
Het is de opzet van deze inleiding de beginnende Killi liefhebber
in de juiste richting te leiden, en gaat uit van het allereerste
beginpunt. De gegeven informatie is beslist niet alleen
zaligmakend te noemen en de meer gevorderde liefhebber zal er
ongetwijfeld zijn eigen ervaringen aan toe kunnen voegen, maar
het geheel moet meer als een handleiding gezien worden om zonder
al te grote moeilijkheden door de ongetwijfeld komende
tegenslagen te rollen.
Verspreiding

In de inleiding zagen we reeds wat Killivissen zijn en waaraan ze
hun bijzondere naam te danken hebben. We zagen ook dat ze
voorkomen in het oosten van de Verenigde Staten. Maar er zijn
meer gebieden op deze aarde waar Killivissen voorkomen. Eigenlijk
kunnen we deze soorten in alle werelddelen, met uitzondering van
Australië, tegenkomen. De meeste en met name de meest kleurrijke
vormen komen voor in de tropen en in de subtropen. Maar ook in
meer gematigde gebieden worden nog Killi's aangetroffen. Het
oosten van de Verenigde Staten zijn zeker geen subtropen meer te
noemen, maar ook koudere delen van Zuid Amerika, als de
Argentijnse Pampa's kennen hun Killi's. Vele soorten leven op
slechts geringe hoogte. Kustlaagvlakten zijn met name gebieden
waar vele Killi's gevonden worden. Maar dat houdt zeker niet in
dat ze niet op grotere hoogte voorkomen. De meeste van de hogere
plateaus in Afrika en Zuid Amerika kennen hun eigen
Tandkarperfauna, die in bijna alle gevallen, qua soorten en
soortenrijkdom, sterk afwijken van die van de kustvlakte. Zelfs
het hooggebergte ken zijn Killi's. Men zou ze er niet verwachten,
maar in grote delen van de Alti Plano in het Andesgebergte (de
hoogvlakten boven de 3000 m) leven ook Killi's. Zelfs de visfauna
van een van de hoogste meren ter wereld, het Titicacameer,
bestaat praktisch alleen maar uit Tandkarpers. Daarmee is maar
aangetoond dat we Killi's kunnen tegenkomen op de meest
onverwachte plaatsen op deze aarde. En wie verwacht er nu vissen
midden in de woestijn te vinden. Mogelijk is dit in het westen
van de Verenigde Staten en noord Mexico. De zeer spaarzaam
aanwezige bronnen worden bewoond, u raadt het al, door Killi's.
Maar ook enkele Sahara-oasen worden bewoond door Killi's. 
Killi biotopen
Door het bovenstaande zal duidelijk geworden zijn dat er geen
algemeen Killi biotoop aan te duiden is. De enige stelregel die
gegeven zou kunnen worden, daar waar men geen vissen zou
verwachten, zitten Killi's.
In het verleden is er eens een verdeling gemaakt van de
zoetwatervissen in primaire, en secundaire zoetwatervissen. De
eerste categorie omvat alle "echte" zoetwatervissen en
ook van oorsprong zich ontwikkelden in zoet water. De secundaire
zoetwatervissen ontwikkelden zich uit zoutwatervissen, trokken de
zoete wateren binnen en ontwikkelden zich daar verder. Onze
Killi's worden tot deze laatste categorie gerekend. Dat is dan
ook een van de reden dat we ze in zo'n enorme verscheidenheid aan
biotopen kunnen tegenkomen en dat ze zeker niet aan zuiver zoet
water gebonden zijn. Er is wel eens gesteld dat Killi's een enorm
aanpassingsvermogen bezitten om te kunnen overleven in zulke
uiteenlopende biotopen. De waarheid is echter anders, het is niet
het aanpassingsvermogen dat hen deed overleven op plaatsen waar
geen andere vissoorten meer te vinden zijn, maar hun grote
tolerantie. Deze tolerantie heeft hen in staat gesteld te
overleven daar waar andere vissen en zeker de primaire
zoetwatervissen, het af lieten weten.
Zo kunnen we Killi's tegenkomen in kustmoerassen met een getijdeninvloed. 
Daardoor kan dagelijks de saliniteit van het water wisselen. Soms
ook raakten ze geïsoleerd in afgesloten delen waar de
zoutconcentratie, door verdamping, enorm kon oplopen.
Alleen de Killi's waren in staat in dergelijke extreme
omstandigheden te overleven. Vergelijkbare omstandigheden kunnen
we aantreffen in droge savanne gebieden en half woestijnen. Door
verdamping zijn zoutvlakten ontstaan en daar waar nog water
resteert en vissen overleven zijn het doorgaans de Killi's die de
bevolking uitmaken. Een van de meest extreme visbiotopen op deze
aarde wordt aangetroffen in het diepste deel van "Death
Valley". 's Winters extreem koud en 's zomers temperaturen
tot ver over de 40 graden Celsius. Daar, in de waterrestanten van
"Cotton ball Marsh", leeft Cyprinodon salinus
milleri als enige vissoort. Extreem zijn natuurlijk ook de
periodiek uitdrogende wateren te noemen die we kunnen aantreffen
op vele plaatsen in de savannegebieden van de wereld. Deze
biotopen die alleen gedurende de regentijd en een korte tijd
daarna water bevatten kunnen we tegenkomen in Zuid Amerika en
Afrika. Ze worden bevolkt door de zgn. jaarvissen of
seizoenvissen. Ook dit zijn weer Killi's. Maar ook kunnen we
Killi's vinden in de tropische regenwouden. Ook daar bevolken ze
delen van biotopen die ontoegankelijk zijn voor andere
vissoorten. Niet zelden werden tandkarpertjes gevonden in
voetafdrukken van grote zoogdieren als olifanten e.d.
Een ding hebben alle Killi's echter gemeen, het zijn slechte
zwemmers. Om zich te beschermen tegen o.a. roofvissen en zich
toch van een voedselbron te verzekeren ten opzichte van andere,
beter zwemmende vissoorten, hebben ze de minder toegankelijke
biotoop delen betrokken. Algemeen kan gesteld worden dat we
Killi's aantreffen in langzaam stromende of stilstaande
watertjes. Deze zijn steeds in de vlakkere terreindelen aan te
treffen. In snelstromende bergbeken hoeven we eigenlijk niet naar
deze vissen te zoeken. Maar het zijn natuurlijk weer de
uitzonderingen die de regel bevestigen.
Waar vinden we Killi's?
We lazen reeds: in alle werelddelen, met uitzondering van
Australië. Dat ze in dat werelddeel niet voorkomen heeft te
maken met de aardgeschiedenis en de theorie van de continentendrift. Het voert hier te ver om daar dieper op in te
gaan.
In Europa zijn het de gebieden aan de Middellandse zee. Het
betreft hier de geslachten Valencia en Aphanius.
Dit laatste geslacht leeft ook in de aansluitende delen van noord
Afrika en het Midden Oosten. Doorgaans zijn het zoete tot brakke
kustwateren die door deze soorten bewoond worden.
Afrika zelf is het continent dat de grootste variëteit aan
Killi's kent. Alle gebieden bezuiden de Sahara worden in feite
door hen ingenomen. In de regenwouden van westelijk en centraal
Afrika zijn dat de populaire geslachten Aphyosemion, Fundulopanchax,
Epiplatys en Aplocheilichthys. De aansluitende
savanne gebieden, met hun meer extremere natte en droge seizoenen
zijn het domein van de seizoensvissen van de geslachten Nothobranchius
en Fundulosoma. In de meer permanente wateren van deze
gebieden zijn het ook weer de Lichtoogjes van het geslacht Aplocheilichthys,
die tegengekomen kunnen worden.
Azië kent, na de systematische indeling van Rosen in 1964, nog
maar een Killigeslacht: Aplocheilus.
De vertegenwoordigers van dit geslacht vinden we overwegend in
het kustlaagland. In vele gevallen hebben ze zich uitstekend
aangepast aan de menselijke bewoning van deze gebieden en kunnen
we ze vooral in landbouwgebieden tegenkomen. In menig rijstveld
is een Aplocheilus de enig aanwezige soort.
In Noord Amerika zijn met name de wateren ten westen van de Rocky
Mountains waar Fundulus en Cyprinodon soorten
leven. Toch hebben enkele soorten kans gezien zich ook ten westen
van deze bergen te vestigen. Het zijn met name de Cyprinodon
soorten die in stand hebben kunnen houden in de restwatertjes van
de vroegere meersysteem, die nu de Amerikaanse woestijnen vormen.
Zuid Amerika kent ook zijn eigen Killi's. Net als in Afrika mag
ook hier een verdeling gemaakt worden tussen de regenwouden en
de savannes. In de regenwouden zijn het met name de soorten van
het geslacht Rivulus, die we op de meest
onwaarschijnlijke plaatsen kunnen vinden.
Op vochtige plaatsen, verscholen tussen blad, soms ver van een
beek of riviertje, zijn het de vertegenwoordigers van dit
geslacht die zich springend van het ene naar het andere biotoop
begeven. In de savanne gebieden zijn het natuurlijk weer de
seizoenvissen die weer de dienst uit maken.
Het geslacht Cynolebias is natuurlijk een van de meer
bekendere, maar ook soorten van andere geslachten als Pterolebias,
Rachovia en Trigonectes zijn echte
seizoensvissen.
Dit bijzondere gedrag, aanpassing en natuurlijk kleurrijkdom,
maken de Killi's tot de meer interessante soorten.
We zien dan ook dat zich meerdere wetenschappers, maar ook sterk
geïnteresseerde amateurs zich bezig zijn gaan houden met de
systematiek van de Killi's. Kortom Killi's bieden een ieder, op
welke manier dan ook, veel plezier.
Tekst: Ruud Wildekamp.
© Copyright 1996 -
2002, R.H. Wildekamp
& KilliFish Nederland.
Laatst bijgewerkt op
06-04-2004
.